Kinderen kosten geld. Ook als ze 18 jaar zijn.

Tot welk moment in het leven van een kind hebben ouders een plicht om kosten voor dat kind te voldoen? En wat zijn de mogelijkheden om voor een jongmeerderjarige alimentatie te verzoeken in een echtscheidingsprocedure?


Kinderen kosten geld. Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Ook nadat de kinderen meerderjarig zijn geworden bestaat nog een plicht voor ouders om bij te dragen aan het levensonderhoud en de studie van hun jongmeerderjarige kinderen, en wel tot 21 jaar. Dit is niet opeens anders als ouders in scheiding liggen. Soms lukt het ouders niet om afspraken te maken over de kosten van de kinderen. Voor sommige ouders is het niet te doen om de hele echtscheidingsprocedure te overbruggen zonder alvast een voorschot te krijgen op de kinderalimentatie. De procedure duurt namelijk minstens een aantal maanden, en soms zelfs jaren. Maar wat nu als een van de kinderen dan net 18 is geworden?

 

Ouders verplicht tot voorzien in levensonderhoud

Voorlopige kinderalimentatie: alleen bij minderjarigheid

Omdat het soms nodig is om snel een beslissing te krijgen van de rechter bestaat de mogelijkheid om een voorlopige voorziening te verzoeken. Dat is een ordemaatregel waarbij een voorlopig oordeel wordt gegeven door de rechter zodat partijen de procedure kunnen overbruggen zonder in financiële moeilijkheden te geraken. De voorlopige voorzieningen die kunnen worden verzocht in een echtscheidingsprocedure zijn door de wetgever limitatief opgesomd. Uiteraard heeft de wetgever oog gehad voor het feit dat het nodig kan zijn een voorlopig bedrag aan kinderalimentatie te vragen aan de rechter. In artikel 822 lid 1 sub c Rv lezen we daarom dan ook dat de rechter een voorlopig bedrag aan kinderalimentatie kan bepalen:

“…en bovendien het bedrag bepalen dat de andere echtgenoot voor de verzorging en opvoeding van ieder der kinderen moet betalen.”

Maar wie het dit artikel in zijn geheel leest, ziet dat deze mogelijkheid gekoppeld is aan de leeftijd van het kind. Het artikel begint namelijk met de tekst dat de rechter kan bepalen:

“ aan wie der echtgenoten ieder minderjarig kind van de echtgenoten te zamen zal worden toevertrouwd, waarbij tevens, indien het kind niet reeds in de macht van die echtgenoot mocht zijn, de afgifte van dat kind aan hem zal worden bevolen, en bovendien het bedrag bepalen dat de andere echtgenoot voor de verzorging en opvoeding van ieder der kinderen moet betalen.”

En daar wringt de schoen: waar blijft de jongmeerderjarige?  

Een 18-jarig kind is niet meer minderjarig. Het kind zal op zijn 18e verjaardag niet compleet verzelfstandigd zijn, op miraculeuze wijze zijn eigen was doen en zich opeens veel volwassener gaan gedragen. Dat gaat geleidelijk. Maar voor wat betreft de mogelijkheid om een bijdrage te vragen voor dit kind in een echtscheidingsprocedure verandert dit wel van de ene dag op de andere. Er kan in de echtscheidingsprocedure geen voorlopige kinderalimentatie meer worden verzocht voor een eenmaal voor de wet meerderjarig geworden kind. Dit is gek, vooral gelet op het feit dat er wel verzocht kan worden om een definitieve bijdrage in de echtscheidingsbeschikking.[1]

Nu hoeft dit allemaal geen probleem te zijn als partijen gewoon tot afspraken weten te komen met elkaar. Maar de voorlopige voorzieningenprocedure is er juist voor die gevallen waarin dat niet gaat. Stel nu dat er in de echtscheidingsprocedure na een klein jaar een beslissing komt over de kinderalimentatie. De alimentatieplichtige is het er niet mee eens en stelt hoger beroep in. Dan kan het zomaar nog ruim een jaar duren voordat er in hoger beroep een beslissing is gevallen. Al die tijd geldt dan de voorlopige voorziening, en is er dus geen voorziening voor de jongmeerderjarige.

 

Geen lump sum

Het bovenstaande leidt tot een onwenselijke situatie. Kinderalimentatie wordt doorgaans vastgesteld als bedrag ‘per kind per maand’ en wordt berekend aan de hand van de behoefte van het kind enerzijds en de draagkracht van de ouders anderzijds. Het is dus iets preciezer werk dan het vaststellen van een lump sum hetgeen ook inhoudt dat de rechter dus niet zomaar een hoger bedrag kan vaststellen om de kosten voor de jongmeerderjarige ook maar te dekken.

 

Wetsvoorstel Wet herziening kinderalimentatie

Gelukkig is voor het bovenstaande probleem aandacht gevraagd bij de bespreking van het wetsvoorstel ‘Wet herziening kinderalimentatie’,[1] zo blijkt uit het verslag van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie.[2] Er is op gewezen dat momenteel geen verzoek om een bijdrage in het levensonderhoud van een jongmeerderjarig kan worden gedaan in het kader van de voorlopige voorzieningen in de echtscheidingsprocedure. Daaraan is de vraag gekoppeld of de initiatiefnemers de mening delen dat het onwenselijk is dat een jongmeerderjarig in de positie wordt geforceerd dat deze over geld moet procederen tegen (één van zijn) ouders, terwijl hij geen partij is bij het geschil dat de beide ouders buiten zijn schuld met elkaar hebben? Want dat is het gevolg van de huidige regeling.

Het zou goed zijn als de initiatiefnemers van het wetsvoorstel van de gelegenheid gebruik maken om artikel 822 Rv zo te redigeren dat ook een verzoek tot een voorlopige bijdrage in het levensonderhoud voor een jongmeerderjarig kind kan worden verzocht in de echtscheidingsprocedure. Een kind blijft namelijk geld kosten en beide ouders moeten in die kosten voorzien. Ook gedurende de echtscheiding. En ook als het kind toevallig net 18 is geworden.

 


[1] Hierbij dient vermeld te worden dat de jongmeerderjarig wel een procesmachtiging dient af te geven aan de ouder die namens hem het verzoek doet.
[2] Met dit wetsvoorstel wordt beoogd de berekeningsmethodiek voor kinderalimentatie wettelijk te verankeren en deze methodiek voor ouders te vereenvoudigen en transparanter te maken.
[3] Kamerstukken II 2017-2018 34 154, nr. 8, p. 7.